Tekst Miral de Bruijne
Foto Miral de Bruijne

Een dikke, witte, Amerikaanse SUV rijdt net iets te hard door de woonwijk. De twee grote getatoeëerde mannen in de wagen roepen grijnzend iets onverstaanbaars naar Caroline Smits. De twee zijn binnen no time uit het zicht. Toch weet Smits het kenteken nog op haar kladblok te krabbelen. “Dit zou een typisch voorbeeld van ondermijning kunnen zijn’, vertelt de wijkagente. “Het zou best kunnen dat die jongens het geld voor de auto eerlijk hebben verdiend, maar ik trek het nummerbord zo toch even na.”

Bij ondermijning wordt al snel gedacht aan slecht zichtbare criminaliteit, waar de burger weinig zicht op heeft. Toch is deze ondermijning voor wijkagenten dagelijkse kost. Als je hier als burger je ogen voor opent, zie je het op elke hoek van de straat. “Als je ziet dat in één straat wel acht kapperszaken en diverse shoarmazaken zich vestigen, weet je dat er iets niet klopt.”, vertelt Smits. Met veel van dezelfde zaken in één straat, ontstaat twijfel of deze winkels niet gebruikt worden als dekmantel  om crimineel geld wit te wassen.

Caroline Smits en Hafid Haddou zijn allebei wijkagenten in Eindhoven met een uitdagende wijk onder hun hoede. Op een zonnige dinsdag geven zij een gezicht aan de ondermijnende criminaliteit in hun wijk. In de wijk is de vermenging van de onder- en bovenwereld voor de bewoners niet altijd zichtbaar. Toch is het voor de wijkagenten dagelijkse kost. Hun taak is het signaleren en zichtbaar maken van deze praktijken. In de wijken van Smits en Haddou gaat dit vooral om illegaal gokken, wijkkoningen, hennepkwekerijen, drugsdealers en illegale huur. De criminaliteit waar de twee werelden elkaar raken.

Op het politiebureau bespreken de collega’s in de ochtend hoe zij de dag gaan indelen. Haddou begint zijn dag op het bureau. “Je zou als wijkagent eigenlijk tachtig procent van je tijd in de wijk moeten zijn. Maar ik heb het gevoel dat dit in de praktijk niet zo is. Je krijgt veel taken en moet ook andere diensten draaien.” Het liefst zou hij veel meer van zijn tijd in de wijk besteden.

“Als wijkagent sta je midden in de samenleving en krijg je signalen van burgers binnen. Ik herken steeds meer patronen. Dat maakt wijkagenten cruciaal in de aanpak van ondermijning.”

Wijkagenten
Wijkagenten voor het politiebureau

Uitdaging

Smits vertelt in de politieauto hoe belangrijk contact met mensen in de wijk is. Na vijf jaar wijkagent te zijn geweest in Woensel-Noord, kreeg zij de functie wijkagent expert. In deze beleidsfunctie miste zij het contact met de mensen op straat. Vandaar dat ze een jaar geleden weer als wijkagent aan de slag ging. “Ik vroeg mijn leiding om een pittige wijk met veel uitdaging.”, vertelt zij.

De wijk van Smits is er eentje met veel bijzonderheden. Nadat ze haar visitekaartje heeft afgegeven bij een nieuwe medewerkster van het Leger des Heils, rijdt ze door naar ‘Het Hostel’, een nachtopvang voor verslaafden. Met een grote zak vol lege plastic flessen loopt een dunne, onverzorgde man de supermarkt tegenover ‘Het Hostel’ in. “Dat is één van de junks van de opvang”, vertelt de agente die bekend is met de vele gezichten in de wijk. “En die vrouw die je daar ziet, is een prostituee.” In en rond de supermarkt is veel overlast van drugsdealers. Zij weten hun klanten van de opvang daar te vinden. De drugs worden dan op de parkeerplaats verhandeld, maar soms ook achtergelaten in de schappen, waar de junk het vervolgens onopvallend kan oppikken. Zo is alle problematiek in de wijk volgens Smits met elkaar verweven.

Alert

Veel van de ondermijning in het gebied van Smits komt samen op de Kruisstraat. Een lange multiculturele winkelstraat, waar het altijd druk is. Te voet loopt ze langs de vele kappers, supermarktjes en belwinkels. “Twintig jaar geleden zag deze wijk er heel anders uit. De afgelopen jaren zijn veel van de typisch Hollandse ondernemers uit het straatbeeld verdwenen. In de wijken is nog wel sociale controle, maar in de Kruisstraat is dit niet meer. Steeds meer shisha lounges komen op. Ook worden veel panden illegaal verhuurd. Je hebt als overheid geen idee wie er in de panden woont. Vaak vraagt de verhuurder voor iedereen een uitkering aan en houdt het geld dan zelf. Dat is ook een vorm van ondermijning”, vertelt Smits, terwijl ze alert om zich heen kijkt. Hoe ondermijning het straatbeeld bepaalt, wordt pas zichtbaar als je de straat door de ogen van de agente bekijkt. Deze ondermijning aanpakken via het strafrecht is volgens haar niet altijd de juiste oplossing.

“Je raakt de crimineel het hardst in zijn portemonnee. Soms hebben niet politie en OM, maar juist de Belastingdienst of gemeente de beste kaarten in handen.”

Haaks aan de Kruisstraat staat een Wijkcentrum. Hier werken verschillende maatschappelijk werkers samen om de wijk leefbaarder te maken. Smits wandelt regelmatig binnen om de samenwerking met deze instanties draaiende te houden. “Veel gezinnen en huizen in de wijk zijn gekoppeld aan verschillende instanties.”, vertelt Patrick van den Nieuwenhof (Wijkteam Woensel-Zuidwest). “Ik woon al heel mijn leven in Eindhoven, maar ik wist niet dat er zo veel problemen zijn. Het zijn hier de zwakkere die worden getroffen. Ze krijgen schulden en daar word je minder braaf van.”

Straat in Eindhoven

Contact

Na zijn lunch gaat Haddou zijn wijk in. Op de scooter rijdt hij langs koopwoningen, huurwoningen en sociale huurwoningen. De straten zijn een stuk breder opgezet dan in de wijk van Smits. “Het is een multiculturele wijk, met mensen met verschillende achtergronden.”, legt Haddou uit, “Dat maakt  dat niet iedereen bereid is om misstanden te melden. Ik ben zelf een moslim met een Marokkaanse achtergrond en dat helpt me zeker. Ik maak op die manier makkelijker contact met mensen.“ Dat contact met de bewoners is volgens hem de belangrijkste taak van een wijkagent.

“Als het om ondermijning in de wijk gaat, ben je afhankelijk van de signalen uit de wijk. Als wijkagent investeer je dus in het contact in mensen. Ook als er niets aan de hand is, moet je er zijn. Zo bouw je langzamerhand een band op met de mensen uit de wijk.”

Die banden heeft Haddou zeker. Op een bankje in een parkje vertelt hij hoe je eerst een relatie moet opbouwen met mensen, voordat ze dingen gaan melden. Op dat moment groet een wijkbewoner vanuit zijn voortuin de agent. “Lekker weertje he! Hoe gaat het?” Haddou: ”Jazeker daarom zit ik lekker op het bankje te genieten!” Haddou steekt van wal over een zaak waar zijn goede contacten hebben geholpen. “Midden in een woonwijk, in een straat met veel koopwoningen, staat een café. Het café werd lang als stamkroeg gebruikt, maar werd langzamerhand overgenomen door Turkse families. Ik werkte toen nog in de surveillance auto en het viel mij op dat er louche types op af kwamen.” Al snel stromen bij Haddou de meldingen over het café binnen. In eerste instantie ging het om geluidsoverlast, maar als hij doorvraagt, krijgt hij te horen dat mannen vaak geld tellen in een auto voor het café.

Onderbuikgevoel 

De wijkagent besluit de bewoners bij elkaar te brengen voor een gesprek. Door hun informatie wordt het plaatje duidelijk. “Ik had zelf ook een onderbuikgevoel. Dat klopt bij agenten negen van de tien keer. We hadden vermoeden dat er illegaal werd gegokt in het café.” Door de tips van de buurtbewoners kon Haddou er werk van maken. “Uit de linken die ik vond in ons systeem kon ik opmaken dat er veel contacten waren met jongens uit het gokcircuit. Er waren ook relaties met andere cafés waar illegaal werd gegokt. Als wijkagent heb ik de signalen van buiten naar binnen gehaald. Uiteindelijk is er een inval geweest en is het café gesloten.” Als hij voor het gesloten café staat, spreekt een oude man hem aan. De man wil weten hoe de zaak ervoor staat. Haddou maakt een vriendelijk praatje en laat weten dat het onderzoek voorspoedig is afgerond.

Aan het begin van dezelfde straat staat een ander voorbeeld van ondermijnende criminaliteit  Een callcenter waar niet werd gebeld, maar hennep werd gekweekt. “Op een dag kreeg ik klachten dat de lamellen hier altijd dicht zitten. De bovenburen vertelden mij dat ze soms een gekke geur roken.“ Haddou besluit een keer bij het callcenter langs te gaan en het valt hem op dat hij niet in alle ruimtes kan komen. Als de politie later via het dak een inval doet, blijkt er een grote hennepkwekrij te zitten.

Wijkagent in gesprek met een bewoner

Trots

Op het bureau spreek ik met Frank Henkes, Operationeel Specialist bij de politie in Eindhoven. Hij leidt en plant de ondermijningsacties van de politie-eenheid in Eindhoven. Henkes is trots op zijn wijkagenten. “Ik verwacht dat een wijkagent breed kijkt en signaleert. Daar wij hij een onderbuikgevoel heeft, moet er doorgevraagd en geïnformeerd worden. Haddou heeft een neusje voor boeven vangen en ondermijning. Caroline heeft een moeilijke wijk met een breed scala aan criminaliteit en daar doet ze goed werk.”

Verbeterpunten

Henkes ziet nog wel verbeterpunten in de aanpak van ondermijning in de wijk. Regelmatig zitten verschillende instanties aan tafel om de aanpak van ondermijnende criminaliteit te bespreken. Daarbij is de informatiedeling tussen politie, justitie, belastingdienst en gemeente  van belang. Goed en succesvol integraal werken valt en staat met informatie delen maar we hebben te dealen met de wet persoons gegevens (WPG). Dit is volgens hem nog vaak een heikel punt. Welke informatie mag je delen en welke niet? “ In die informatiedeling gaat het wel eens fout. Als we de informatie te vroeg delen, kan het juridisch hierop stuk lopen vanwege het feit het op dat moment onrechtmatig is verkregen”, vertelt de specialist.  Dit heikele punt binnen de informatiedeling  zie je uiteindelijk terug in de wijk. De wijkagent heeft in zijn wijk vaak korte lijntjes met woningcorporaties en welzijnsinstanties. Hiervan krijgt hij of zij vaak bruikbare informatie maar het is telkens weer de vraag of we deze informatie rechtmatig kunnen en mogen gebruiken bij de integrale aanpak van de ondermijnende problematiek.

Henkes monitort de integrale informatie en capaciteit en weet dus hoeveel zaken de politie en hun partners aankunnen. “Ik laat dat vieren en trek het strak waar nodig. Ik wil mijn wijkagenten niet te enthousiast maken voor een actie, als ik niet zeker weet dat het door kan gaan. Als het te lang duurt voor we actie kunnen ondernemen, gaat dat namelijk verwateren bij een agent. Hij denkt dan: ik kan dingen wel aangeven, maar er gebeurt toch niets.

Een belangrijk punt is volgens Henkes de capaciteit. “Je kan naar aanleiding van bevindingen van de wijkagenten wel een actiedag organiseren, maar de ‘after party’ is het belangrijkst. Als je geen afwerkingscapaciteit hebt, kan er geen goed onderzoek gedaan worden en geen kwalitatief goed dossier opgemaakt worden. Dit gaat dan vaak ten koste van de gerechtelijke vervolging. Dat is zonde van de capaciteit die we er aan de voorkant insteken. Dan doe ik liever minder of wat kleinere acties die we wel aankunnen en die er echt toe doen.”  Er is veel werk. Als ik een peloton aan mensen had, zou ik ze allemaal kunnen inzetten”

Ondertussen zit de dag er voor de twee wijkagenten op. Ze gaan weer naar huis en verruilen hun ondermijningsbril vandaag voor hun zonnebril.